afgeslotenheid

De volgende definities zijn er voor het woord afgeslotenheid

  • de mate waarin men geen contacten meer heeft met de buitenwereld ▸ De 81-jarige schrijver werkte vier jaar aan zijn boek en kwam op het verhaal van de oude Busken dankzij een vriendin die werd opgenomen op een gesloten afdeling. Brouwers bezocht haar daar regelmatig. "De allereerste keer dat ik daar binnenkwam wist ik: dit is een roman voor mij. De zielige mensen die daar wat rond schuifelden, het sprak mij aan. Een merkwaardige sfeer van afgeslotenheid en gevangenschap."[2] ▸ Geen christelijke organisaties meer, geen „sacrale hokjes”, geen eeuwige beginselen, geen afgeslotenheid van de wereld, geen „christelijke aanschouwelijkheid.” Zelfs de openbare school was te verkiezen boven de christelijke, al waren niet alle doorbraakmensen van dit gevoelen.[3] (bron: WikiWoordenboek)

Voeg een definitie toe.

Andere definities: